Voor Watermachine Nederland is het verschil tussen het hoofdwatersysteem en de poldersystemen essentieel. Het grote hoofdwatersysteem vangt voor de kleine lokale polders de klappen op, van extreme rivierafvoer, stormen op zee, hevige regenval en droogte. Wel zo handig: dan kan men in de polders min of meer ongestoord z’n ding doen, zoals wonen en woningen bouwen. Maar die kwaliteit van de Watermachine staat onder druk: het is momenteel modieus om de klimaatproblematiek op lokale schaalniveaus op te willen vangen: “elke schop in de grond klimaatadaptief!”. Nieuwbouw moet rekening houden met een dijkdoorbraak, meer neerslag opvangen dan de bestaande bouw en water bergen voor droogte. Klinkt mooi, maar kost wel geld en is doorgaans minder efficient dan om het via het hoofdwatersysteem te regelen. In plaats van de woningbouw te helpen, maakt men het juist moeilijker. Wat zit hier toch achter?